Had Martijn Katan geen credit moeten geven aan Sinclair (1956)?

Extract visionary publication of H.M. Sinclair, The Lancet 381-383, april 1956

 

Page 381:

Experimental results: Cholesterol deposition in rats on a fat-free diet

(Top second column)

Thirdly, the cholesterol might be esterified with unusual fatty acids and might therefore be less readily disposed of from tissues.

 

Line 27 (3) on diets high in saturated or unnatural fatty ( = transfats) acids

Sinclair hypothesizes that cholesterol can be esterified by unusual fatty acids. (unusual in this aspect is also the abnormal amount, parallels with too much 1,6 omega linoleic acid) This part of the article reflects to results obtained on a fat free diet, but the analogy with unnatural transfats is obvious

(3) on diets high in saturated or unusual fatty acids and low in E.F.A.

Vegetable oils, in many cases rich in E.F.A., are hardened by hydrogenation : margarine

and shortenings are produced by hydrogenation of cottonseed and soybean oil, some peanut-oil, and certain other oils ; during this hydrogenation much of the E.F.A. are destroyed and unnatural trans fatty acids are formed. Unnatural fatty acids are formed not only during hydrogenation but also during the practice of deep-frying.

 

The concern of Sinclair is obviously about transfats.

 

Pag 382 First column

 

The hypothesis about E.F.A. deficiency by Sinclair was incorrect but the mechanism that cholesterol esterified by saturated fatty acids or unnatural fatty acids is less easily disposed of seems possible.

 

Page 383 second column:

 

Coronary Thrombosis

I                                                

Phospholipids are increased in the serum of persons with acute myocardial infarction, and if this compound contained unusually saturated or abnormal fatty acids, it would be expected to persist in serum for a longer time and might therefore be a factor in causing thrombosis, whether coronary or cerebral, in persons with atherosclerosis which I have concluded above may well be caused by cholesterol esterified by with abnormal fatty acids. Eighteen months ago, when we had obtained some evidence of the production of abnormal compounds  I called attention to the correlation in this country between the dietary intake of vegetable fats and deaths from coronary thrombosis.

 

" I believe the answer may be that the level of total dietary fat is related to atheroma,

but that the level of dietary vegetable fat is related to clotting upon atheromatous plaques, and hence to coronary thrombosis." In general it is the vegetable fats that are hardened and may give rise to abnormal phospholipids.

 

 

Page 383

 

What matters in atheroma is, I believe, the amount and structure of the dietary fatty acids. (the same appears true for th overdose of 1,6 omega fatty acids in the firs diet margarines).

 

Need for Research

 

… Dr Sinclair has not been able to continue his research into the deposition of unusual cholesteryl esters due to ninth etc. move of his department.

 

His purpose in sending his speculations is to try to help to prevent the devastating and usually increasing mortality in highly civilised countries from atherosclerosis and its sequelae.

 

Conclusions

 

“and increasingly rich in more saturated fatty acids and unnatural fatty acids.

 

This disastrous change (in dietary fatty acids ) arises partly from processes of manufacture such as the hardening of fats

 

6) If further experimental work gives any support  to these broad conclusions steps should be taken to increase the dietary content of polyethenoid fatty acids and perhaps to decrease the content of unnatural fatty acids.

 

 

 

In 1956 Sinclair was extremely worried about the disastrous change in dietary fatty acids. In the years after it seems that Unilever was very aware but followed his recommendations only for diet margarine Becel (launched with 7% unnatural transfats in 1960) and all transfats eliminated  in 1962. Why took it so long (1990) to test transfats in a proper trial and took it so long (1995) to eliminate transfats from margarine?

 

Why did not Prof. Martijn Katan not refer to this ominous warning in 1956 “this disastrous change” in his 1990 paper or in his glorious looking back at his scientific breakthrough with the former director of the Unilever Health Institute, Dr. Onno Korver in 2006? Did he miss it in 1990? Trustwell mentioned the paper in Sinclair in 1999

 

I have asked Prof Martijn Katan

 

Quote from his email van 29 augustus 2017

 

1. ‘oude kennis over de ongezondheid van transvetten’

Inderdaad werd door Mary Enig en Fred Kummerow al vroeg betoogd dat transvet ziekten veroorzaakte. Met name Enig’s claim dat transvet kanker veroorzaakte trok de aandacht. Sinclair 1956 is minder relevant, zijn bezwaar was vooral dat harding van olien de hoeveelheid linolzuur verminderde en zo bijdroeg tot EFA deficiëntie; Sinclair speculeerde dat EFA deficiëntie vele soorten chronische ziekten veroorzaakte. (Dat bleek onjuist.)

Probleem was echter dat Enig en Kummerow geen harde bewijzen hadden. Daarom konden er op hun claims geen beslissingen voor voorlichting of beleid worden gebaseerd. Voor elk bestanddeel van voedsel zijn er immers wetenschappers te vinden die betogen dat we er minder (of meer) van moeten eten, en andere wetenschappers die dat tegenspreken. Zie de discussies over vermindering van zout, de heilzame werking van vitamine D, linolzuur etc.

 

Stapt Prof. Martijn Katan hier niet al te gemakkelijk over het feit heen dat het vrij logisch is dat onnatuurlijke hoeveelheden van een vetzuur ongezond zullen zijn en dat Unilever c.q. de overheid stappen hadden moeten nemen, gezien ook de minimale kosten van het onderzoek i.v.m. bijv. het marketing budget voor Blue Band (25 miljoen gulden per jaar) of de maatschappelijke kosten van de sterfte door transvetten (1-2 miljard gulden per jaar alleen al voor Nederland in de vorige eeuw)

Instellingen zoals de Gezondheidsraad of de American Heart Association laten daarom door groepen experts met uiteenlopende deskundigheid de volledige literatuur analyseren en conclusies trekken over wat er is bewezen en hoe hard die bewijzen zijn. Tot aan onze publicatie in 1990 waren de enige solide experimenten over transvet de studies van Keys en van Vergroesen (= studie van Unilever, vond wel een verhogend effect, er kwam geen follow-up en ondanks het cholesterol verhogend effect werden bij marketing  transvetten niet bij de verhouding meervoudig onverzadigd verzadigd vet meegenomen. Prof. Martijn Katan’s commentaar in deze bij tv-interviews, de industrie moet toch centjes verdienen, is in deze luguber), die beide een licht cholesterol verhogend effect toonden, en die van Mattson, die geen effect op cholesterol vond. Op grond daarvan werd transvet als minder schadelijk beschouwd dan verzadigd vet. Onze studie riep daarover twijfels op, maar één studie is onvoldoende. Wij hebben daarom zelf een tweede, anders opgezette studie gedaan, collega’s in andere landen deden ook experimenten en tegen 1995 stond redelijk vast dat transvet LDL verhoogt en HDL verlaagt.

In 1993 publiceerde Willett de eerste studie die een associatie met hartinfarct vond. Dat werd in 1997 bevestigd in Finland en in 2001 in Nederland. Vanaf 2001 werd daarom vrij breed aanvaard dat transvet het risico op hartinfarct verhoogde.

2. transvet in Becel

Ik weet niet waarom Becel geen transvet bevatte. Merk op dat het Britse equivalent, Flora, wel wat transvet bevatte. Mogelijk een technologische kwestie.

3. ‘de keuze van Unilever om zijn gewone margarines niet toen al transvetvrij te maken’

Ik begrijp niet wat u hiermee bedoelt. Zolang een levensmiddelenfabrikant zich aan de wet houdt staat het hem vrij minder gezonde producten te verkopen, bijvoorbeeld wijn, bier, vruchtensap, frisdrank, worst, kaas of roomboter. Unilever claimde niet dat zijn harde margarines ‘heart-healthy’ waren, wie dat wilde kon voor Becel kiezen.

4. ‘dat Unilever na Martijn’s “ontdekking” van 1990 pas in 1995 onder druk van de publieke opinie tot actie overging

Zoals ik hierboven aangaf was Unilever er juist vroeg bij. Hun initiatief stuitte dan ook op verzet van andere fabrikanten.

Ik wist niets van dit initiatief, ik merkte het pas toen ik in de AH in Wageningen de labelling van Blue Band bekeek. Maar ‘druk van de publieke opinie’ lijkt me als drijfveer onwaarschijnlijk. In Europa, en met name in Nederland, was er weinig ophef over transvet. Mijn speculatie is dat de Board van Unilever inschatte dat transvet op termijn een issue zou kunnen worden en dat ze er maar beter meteen af konden wezen. Maar dat zijn speculaties. Het leek mij een mooi voorbeeld van ‘verlicht eigen belang’, net als de huidige duurzaamheidspolitiek van Unilever. Doing well by doing good, heet dat.

Mijn conclusie is dat Prof. Martijn Katan onvoldoende recht doet aan het verband dat Sinclair legde tussen de consumptie van onnatuurlijke hoeveelheden aan transvetten en de stijging in hart en vaatziektes en dat een aanvulling van zijn artikels in 1990 en 2006 op zijn plaats is. Sinclair was op de goede weg, hij rook als eerste bloed en daar mag hij de volle credit voor krijgen.

Wie is er online

We hebben 79 gasten en geen leden online